Wat gebeurt er als je expertise over het onderwijs in Nederland samenvoegt met expertise over ontwikkeling van ontwikkelingslanden? Die vraag was de kiem voor Expedition Uganda. Een kiem die de afgelopen maanden uitgroeide tot een ambitieus plan. Directeur van Plan Nederland Monique van ’t Hek en B&T-directeur Robbin Haaijer stonden aan de wieg van deze onderneming. “Samen maken we meer verschil.”

 

Expedition Uganda is voor zowel Plan Nederland als B&T een nieuwe vorm van samenwerking. “Centraal staat het delen van kennis en leren van elkaar”, zegt Monique van ’t Hek. “We vullen elkaar goed aan”, vindt Robbin Haaijer. “We zijn allebei organisaties die opereren op het grensvlak van geld en betekenis. B&T is natuurlijk een commercieel bureau, maar we willen vooral op een betekenisvolle manier aan het onderwijs bijdragen. Plan opereert op hetzelfde grensvlak: ze willen betekenisvol zijn, maar hebben geld nodig om dat te kunnen.”

 

Monique van 't Hek

Monique van ‘t Hek

Plan en B&T: een goede match

“In B&T vonden we een geschikte partner die ons doel deelt: het opbouwen van capaciteit bij scholen in Uganda. Want het probleem is daar dat veel meisjes de overstap naar het voortgezet onderwijs niet maken of vroegtijdig uitvallen. Daar willen we graag iets aan doen. Samen met Nederlandse onderwijsprofessionals.” Plan Nederland en B&T zijn daarom een goede match, vindt ook Robbin Haaijer. “We kunnen veel van Plan Nederland – en van ngo’s in algemene zin – leren”, zegt hij. “Bij ngo’s zijn het heel vaak de mensen die het verschil maken. Mensen die werken vanuit hun passie. Dat is in het onderwijs ook zo. Alleen zitten wij hier in een andere bedding. Een bedding waarin systeemvoorwaarden wel of niet op orde zijn en waar we dan vervolgens het systeem op orde kunnen brengen. Ngo’s hebben heel vaak niet de luxe om te zeggen: ‘Ja, we kunnen nu even niets, want het systeem is niet op orde.’ Als zij daarop zouden wachten, zouden ze nooit verschil kunnen maken.”

 

 

Twee doelen verenigd

Expedition Uganda verenigt twee prachtige doelen. Monique van ’t Hek: “Enerzijds is de opzet gericht op persoonlijke ontwikkeling van de – Nederlandse – onderwijsprofessionals en anderzijds werken we aan duurzame kwaliteitsverbetering van het onderwijs in Uganda.” Voor de meisjes in Uganda is dat van enorm belang, vertelt ze. “Meer en beter onderwijs is de enige duurzame oplossing om meisjes perspectief te bieden op een betere toekomst. Hoe langer meisjes naar school gaan, hoe groter de kans op betaald werk. In veel landen is het lastig voor meisjes om hun school af te maken, vanwege tradities als kindhuwelijken, omdat het niet normaal is om tijdens de menstruatie naar school te gaan, omdat het niet veilig is voor meisjes of omdat het simpelweg niet van een meisje verwacht wordt om haar tijd aan school te besteden. Wij werken op vele manieren in de gemeenschappen aan de verbetering van de condities voor meisjes om tóch naar school te kunnen. Ook op de scholen zelf moet veel gebeuren.” En daar komt B&T in beeld. “B&T vult ons aan omdat het expertise heeft op het gebied van onderwijs. Dat kan ons helpen om de scholen waar we al actief zijn, nog verder te verbeteren en te versterken via de persoonlijke ontwikkeling van leraren.”

Robbin Haaijer

Robbin Haaijer

 

De diepte in

“Want weet dat leraren in Uganda nauwelijks tijd en middelen hebben om te investeren in hun eigen ontwikkeling, om stil te staan bij hun dagelijkse werkzaamheden en met elkaar te evalueren en verbeteren”, benadrukt Monique van ’t Hek. “Met Expedition Uganda krijgen die leraren wél de kans om echt de diepte in te gaan en met de frisse blik van collega’s van buiten concrete verbeterplannen te maken voor zichzelf en voor de school.” Dat levert misschien niet direct heel tastbare resultaten op, maar ze zijn niet minder de moeite waard, vindt de Plan Nederland-directeur. “Door te investeren in onderwijs en personeel in Uganda verbetert het onderwijs en is er meer oog voor een veilige leeromgeving voor meisjes, waardoor zij langer naar school gaan.”

 

Persoonlijk leiderschap

Niet alleen de Ugandese leraren leren. Uiteraard ook de Nederlandse deelnemers. Monique van ’t Hek: “Wij brengen hen in contact met collega’s die onder totaal andere omstandigheden hun werk moeten doen. Door uitwisseling van kennis en ervaring tussen Nederlandse en Ugandese scholen worden niet alleen de verschillen duidelijk, maar ook de overeenkomsten.” Het traject is een uitgelezen kans om te werken aan persoonlijk leiderschap, meent Robbin Haaijer. “Wij hopen dat de Expedition duidelijk maakt dat élke deelnemer heel veel invloed kan hebben. Alleen al door te willen, te acteren, te doen; met zijn eigen kennis en kunde en alle beperkingen daarvan.” Dat zal vaak ongemakkelijk zijn in een context die zo anders is dan je gebruikelijke context. “Daar leer je om jezelf als instrument anders in te zetten, aan te scherpen; om je staande te houden in situaties waarin je nog niet alles begrijpt. Waarin je moet werken met wat je wél weet of begrijpt. Persoonlijk leiderschap gaat heel erg daarover: dat je jezelf weet aan te sturen, ondanks de context. Want die context kun je niet beïnvloeden. Je hebt alleen invloed op jezelf in relatie tot de ander.” De context is natuurlijk uniek aan Expedition Uganda. “Je kunt ook in Nederland aan je persoonlijk leiderschap werken, maar niet zo diepgaand, niet zo fundamenteel. In Uganda verhoog je je onzekerheid en word je gedwongen meer zekerheid uit jezelf te halen.”

 

Verschil

Plan Nederland en B&T willen allebei verschil maken. Voor de Nederlandse deelnemers én voor de meisjes in Uganda. “Voor duurzame kwaliteitsverbetering van het Ugandese onderwijs is meer nodig dan een enkele Expedition”, beseft ook Monique van ‘t Hek. “Daarom organiseren we meerdere Expeditions en wordt daaraan voor elke deelnemende school in Uganda een tweejarig kwaliteitsverbeteringstraject gekoppeld.” En nee, het hele probleem is daarmee echt niet opgelost, maar, zegt Robbin Haaijer, “als de Expedition eraan bijdraagt dat het onderwijs in Uganda een beetje veiliger en toegankelijker wordt en als daardoor een aantal meisjes wat langer naar school kunnen gaan, hebben we al wat bereikt. Ook kleine verschillen zijn de moeite waard.”