We mogen best trots zijn op het Nederlandse onderwijs. Aan expertise geen gebrek. Expertise waar het onderwijs in Uganda ook baat bij kan hebben, zou je zeggen. Toch is expertise overdragen niet het belangrijkste wat de deelnemers aan Expedition Uganda daar gaan doen. Zij gaan er aan de slag met actieonderzoek en dat is echt heel wat anders. “In ons Nederlandse onderwijs denken we eigenlijk altijd heel goed te weten hoe het zit”, zegt Martien Kuitenbrouwer van de Universiteit van Amsterdam. “Het leuke van actieonderzoek is, dat je dát juist los moet laten.”

 

Martien Kuitenbrouwer is programmadirecteur van het Public Mediation Programme van de UvA, dat zich bezighoudt met actieonderzoek bij conflicten in het publieke domein. In de tweede programmamodule van Expedition Uganda traint ze de deelnemers in actieonderzoek; dat is namelijk wat zij in Uganda in module 3 gaan doen. “Eigenlijk staat actieonderzoek haaks op onderwijs, want bij actieonderzoek moet je uitgaan van wat je niet weet.” Actieonderzoek is namelijk gericht op leren. En leren doe je niet als je weet hoe iets zit.

 

Wat is er aan de hand?

We hebben allemaal wel een voorstelling van conventioneel wetenschappelijk onderzoek. Dat start vanuit een hypothese. Je hebt een beeld van een bepaalde probleemstelling en van de oplossing en dat ga je onderzoeken. Bij actieonderzoek doe je het tegenovergestelde. “Je betreedt een situatie die veranderd moet worden omdat mensen er last van hebben. Dat is je vertrekpunt. Vanuit die situatie start je het onderzoek. De eerste vraag is altijd: wat is er aan de hand? En niet: dit is de hypothese, we gaan nu kijken of die klopt. Actieonderzoek start precies aan de andere kant.”

 

Maar jullie zijn toch de experts?

Dat is voor de omgeving weleens wennen. “Als wij ergens komen, horen we vaak: ‘Maar jullie zijn toch de experts?!’ Dat is niet zo. Meestal zijn betrokkenen op zijn minst net zo veel expert, maar zijn ze niet gewend zo naar zichzelf te kijken. Het enige gebied waarop wij expert zijn is het vormgeven van een actiegericht onderzoeksproces. Natuurlijk weten we wel iets van de situatie. Gebaseerd op eerdere ervaringen hebben we daar een beeld van. Maar voor ons als actieonderzoekers is het belangrijk om die beelden continu te toetsen aan wat we zien in de praktijk, in elke nieuwe situatie. Die beelden mogen nooit ons vertrekpunt zijn.”

 

Met en in de praktijk

Actieonderzoek onderscheidt zich ook van conventioneel onderzoek doordat een actieonderzoeker de praktijk niet ziet als onderzoeksobject op afstand , maar het onderzoek juist samen met de praktijk vormgeeft. Daarin is actieonderzoek ook wezenlijk anders dan consultancy. “We leiden de mensen met wie we werken op tot medeonderzoekers. We hebben niet de expertrol. We zijn ook niet alleen aan het faciliteren. We stellen ons op hetzelfde niveau op. De interventies die we doen, doen we samen. Actieonderzoek gaat ervan uit dat leren alleen maar kan plaatsvinden als je het in de praktijk doet. Je leert in de praktijk, niet – zoals je veel in het onderwijs ziet – over de praktijk.” Bij actieonderzoek zijn er bijvoorbeeld ook geen respondenten, alleen participanten. Zij hebben een probleem, een vraag. Dat pak je samen aan en daar leer je samen van. “Het is net als bij de dokter. Die dokter gaat je ook niet voor z’n lol onderzoeken. Nee, jij komt daar met een probleem.”

 

Er middenin staan

De vergelijking met de medische wereld is geen toeval. Actieonderzoek heeft daar sterke wortels. “Een dokter-in-opleiding leert in de praktijk, dat kan niet anders.” Een andere belangrijke stroming, die later populair werd, is het antropologisch veldonderzoek. Veel van dit onderzoek richt zich op het emanciperen van de praktijkbetrokkenen door hen bewust te maken van de situatie. Actieonderzoek is ook populair bij organisatiewetenschappers, vanuit het idee dat je past echt iets kunt begrijpen als je het probeert te veranderen en vice versa. Kuitenbrouwer en haar collega’s aan de UvA voegden daar een derde dimensie aan toe. “Wij doen een vorm van actieonderzoek die erop gericht is om complexiteit te snappen, omdat je dat alleen kunt als je er middenin staat.”

 

Specifiek

Een ander aspect van actieonderzoek is dat het altijd specifiek is. “Generiek actieonderzoek bestaat niet. Het gaat altijd over de lokale context, over de mensen die in die context dingen doen.” Vertaald naar Uganda betekent het dus ook dat we geen onderzoek gaan doen naar oplossingen voor het grote probleem van ‘de beperkte deelname van meisjes aan het onderwijs aldaar’. “Nee, wat wij doen gaat over die plek, die school, die omgeving… Hoe kunnen we dáár een stap zetten?” We vertrekken vanuit een vraag die we kunnen beïnvloeden. “Mogelijk zijn er op de school waar we zijn, ook factoren aan te wijzen die van invloed zijn op de beperkte deelname van meisjes daar. Het zou mooi zijn als we juist dat met elkaar – in het kader van ons actieonderzoek – kunnen gaan verkennen. Welke actoren zijn er? Welke stakeholders spelen een rol? Hoe zien de blokkades eruit? Hoe kunnen we het probleem beïnvloeden? Wat gebeurt er als we hierop drukken?” Reflectie speelt bij actieonderzoek een sleutelrol. “Je probeert iets uit en toetst continu. Je reflecteer daarbij niet alleen op het effect van je interventie, maar je gaat ook weer terug in het proces: waarom dachten we ook alweer dat dit effect zou hebben? En als er geen effect is, betekent dat dan dat de actie niet goed is uitgevoerd? Of hadden we misschien een verkeerde aanname? Dát is echt actieonderzoek.”

 

Betrokken

De intensieve samenwerking met de praktijk, in de praktijk, betekent dat actieonderzoekers onvermijdelijk sterk betrokken raken. Dat kan oncomfortabel voelen. “Dat herken ik wel”, bevestigt Kuitenbrouwer. “Je moet je er vooraf op instellen. Je kunt je er rot over gaan voelen, maar je moet altijd beseffen dat je in je eentje niet bij machte bent om een heel systeem te veranderen. Wat dat betreft past ons bescheidenheid.”
Maar wat kunnen deelnemers dan wel realiseren of achterlaten? Ze zijn er nota bene slechts twee weken. “Er is een verschil tussen iets realiseren en iets achterlaten”, vindt Kuitenbrouwer. “Iets realiseren betekent dat je vooraf al verwachtingen – of doelen – hebt. Actieonderzoekers zijn daarin terughoudend. Ik kan me wel goed voorstellen dat het verblijf in Uganda voor zowel de deelnemers als de Ugandese counterparts een enorm verrijkende ervaring is. Je gaat niet de wereld veranderen, maar je gaat die mensen daar wel twee weken lang aandacht geven op een manier die ze niet gewend zijn. Ik denk dat dat heel veel impact kan hebben. Over en weer!”

 

Wederkerig

In die zin wijkt Expedition Uganda af van het standaardbeeld van ontwikkelingshulp. “Conventionele ontwikkelingshulp is toch tamelijk eenzijdig gericht op ‘mensen helpen’. Expedition Uganda is wederkerig. Ons actieonderzoek is er niet alleen op gericht om mensen te helpen, maar ook om onszelf te laten nadenken over de context waarin het onderwijs zich ontwikkelt, over onze eigen rol en verantwoordelijkheid daarbinnen en over wat dat betekent voor onze eigen persoonlijke ontwikkeling. Deelnemers leren over Uganda én over zichzelf. Het is een wisselwerking. Mooi dat Expedition Uganda juist daarover gaat.”

 

Meer weten?

Hier leest u meer over het programma van Expedition Uganda. Als u het formulier (‘Vertel mij meer’) op deze website invult, ontvangt u via e-mail nog meer informatie.