FAQ - Expedition Uganda

Veelgestelde vragen

Wat wilt u weten over Expedition Uganda?

Op deze pagina vindt u een overzicht van veelgestelde vragen. Staat uw vraag hier niet bij? U mag ons altijd bellen of mailen: 088 205 16 05 of academie@vbent.org

Hoe worden de opbrengsten geborgd?

Expedition Uganda heeft geen eenmalig karakter. We zetten in op een constructieve serie expedities gedurende meerdere jaren, waarbij expeditiedeelnemers telkens voortbouwen op hetgeen hun voorgangers hebben gerealiseerd. Bovendien bieden wij  deelnemers handvatten en ruimte om hun eigen school in Nederland, leerlingen, collega’s en leidinggevenden, en de rest van het thuisfront bij hun avontuur te betrekken. Zo creëren we een duurzame en wijdverbreide community. En hoe groter de community die we creëren, hoe groter het verschil is dat we samen kunnen maken. Ten slotte storten we met elke reis de opbrengsten (na aftrek van de kosten) in het Expedition Fund. De middelen zijn bestemd voor verduurzaming van de bijdrage die de expeditiedeelnemers in Uganda leveren en voor verbetering van de hardware van het onderwijs in Uganda. Dit betreft per reis een aanzienlijk bedrag waarmee we daadwerkelijk effect sorteren.

Waarom richten we ons vooral op onderwijs aan meisjes?

De positie van meisjes en vrouwen in de armste gebieden van Uganda is schrijnend. Meisjes volgen over het algemeen wel basisonderwijs, sommigen starten ook met het voortgezet onderwijs, maar velen vallen voor de afronding van hun middelbare school uit. Deels wordt de voortijdige schoolverlating van meisjes veroorzaakt door armoede, waardoor ze de kosten (van bijvoorbeeld uniform, schoolmaterialen, lunch etc.) niet kunnen betalen. Ouders investeren liever in de toekomst van hun zonen, die later ook voor familie gaan zorgen. Zij vinden het belangrijker om in jongens te investeren dan in meisjes en meisjes worden daarom als eerste van school gehaald om andere taken op zich te nemen (zoals helpen in het huishouden of op het land).

Wanneer meisjes in de puberteit komen, worden zij ook voor een heel ander type problemen geplaatst. Scholen beschikken vaak niet over wc’s of water; niet zelden verzuimen meisjes tijdens hun menstruatie van school. Daardoor lopen ze vaak flinke achterstanden op en stoppen ze dan – uiteindelijk – helemaal. Andere – niet de minste – problemen liggen op het vlak van seksueel misbruik en mishandeling, tienerzwangerschappen en uithuwelijking. Ook allemaal gronden om niet meer naar school te gaan.

Natuurlijk kunnen we deze problemen niet oplossen. Wel weten we dat meer en beter onderwijs de enige duurzame oplossing is om meisjes perspectief te bieden op een betere toekomst. Onderwijs als smart investment dus. 1 jaar extra onderwijs betekent 15% meer inkomen. 70% van dat inkomen komt ten gunste van het gezin. Dat resulteert in gezondere kinderen, die zelf dan ook weer vaker onderwijs volgen en al met al een beter leven, voor deze en toekomstige generaties.

Overigens profiteren niet alleen de meisjes van onze hulp. Ook jongens. En dat is goed. Want jongens hebben op hun beurt weer een belangrijke rol in de verbetering van de positie van meisjes. Het zijn immers hún zusjes, hún latere vrouwen, hún latere dochters. Door te investeren in onderwijs planten we ook bij jongens zaadjes voor de toekomst.

Wat zijn de grootste problemen voor het onderwijs in Uganda?

Vanuit de VN Millennium Development Goals van 2000 is wereldwijd stevig geïnvesteerd in algemeen toegankelijk primair onderwijs. Ook in Uganda. Alhoewel er in het primair onderwijs ook nog veel te winnen is, valt dit in het niet bij de uitdagingen die er liggen in het voortgezet onderwijs.

De grootste uitdagingen voor het voortgezet onderwijs:

  • er zijn veel te weinig scholen (waardoor kinderen soms uren moeten lopen om er te komen);
  • er zijn veel te weinig docenten;
  • klassen zijn overbevolkt (met soms meer dan honderd leerlingen);
  • er is vaak een gebrek aan voorzieningen (schoolgebouwen, sanitaire voorzieningen, stroom en water);
  • en ten slotte is er ook in het onderwijs zelf veel te verbeteren (human capacity building, versterken van vaardigheden van leraren, vergroten van de leerlinggerichtheid, …). Met name met dit laatste gaan de deelnemers aan Expedition Uganda aan de slag.

Zit het lokale onderwijs wel op onze komst te wachten?

Ontwikkelingssamenwerking gaat verder dan hulp bieden. Om echt bij te dragen en duurzame verbetering te realiseren moet je het land, de cultuur en de behoeften goed kennen. Niet zomaar wat doen omdat dat goed voelt, maar weten wat er nodig is. Daarom doet Plan, voordat ze in een bepaald gebied actief wordt, altijd eerst uitgebreid onderzoek om zo’n gebied te leren kennen. Daarna verbindt de organisatie zich altijd voor minimaal vijftien jaar aan het gebied.

Samenwerking met de lokale bevolking en organisaties is essentieel voor succes. Bij haar werkzaamheden zoekt Plan daarom altijd de verbinding met de lokale samenleving. De organisatie werkt altijd samen met de nationale overheid, de lokale bevolking, lokale overheden en – als het onderwijs betreft – het lokale onderwijs en betrokken nationale instanties. Ten slotte zorgt Plan altijd voor een goed doordachte exitstrategie om het onderhoud van de voorzieningen na vertrek ook te kunnen blijven garanderen.

De deelnemers aan de Expedition werken lokaal niet alleen samen met leraren van de betrokken scholen, maar ook met de medewerkers van Plan Uganda. Zij hebben veelal een achtergrond die vergelijkbaar is met die van de kinderen waarvoor Plan zich inzet; ze komen uit de gemeenschappen of soortgelijke gemeenschappen. Daardoor kennen ze de realiteit als geen ander en dienen ze ook vaak als rolmodel. Het is enorm inspirerend om met hen samen te werken.